Productaansprakelijkheid – een praktijkvoorbeeld

Een klant koopt in een winkel een apparaat. Op een kwade dag niet lang na de aankoop wil de klant het apparaat aandoen. Maar bij het loslaten van de aan knop ontploft het apparaat plotseling. Het apparaat, dat niet bedoeld is als bom of iets dergelijks, hoort dat natuurlijk niet te doen en is totaal vernietigd. Met de nog na rokende apparaatsresten komt de onfortuinlijke klant boos de winkel binnen gestapt en vraagt: “Wie gaat dit betalen?” 

Wie is de klant en wie is de verkoper?

Ten eerste moet worden bepaald wie deze klant is. Is het een bedrijf of is de klant een particulier. Ook van belang is de vraag wie de verkoper is. Handelt de verkoper in een professionele hoedanigheid of handelt hij als privé- persoon? Antwoorden op deze vragen kunnen met name van belang zijn voor de reikwijdte van de aansprakelijkheid en de wijze waarop aansprakelijkheid contractueel kan worden uitgesloten.

We gaan er hieronder vanuit dat de verkoper het apparaat in een bedrijfsmatige hoedanigheid verkoopt en dat de koper een particulier is. De bedoeling van de klant was om het apparaat gewoon thuis te gebruiken.

Het apparaat zelf

Vervolgens dient de vraag zich aan wat de klant mocht verwachten van het apparaat. Uitgangspunt is dat de klant het apparaat op een normale manier moet kunnen gebruiken. Kan hij dit niet, dan beantwoord het apparaat niet aan de overeenkomst die hij met de verkoper heeft gesloten. Wat normaal gebruik is ligt aan de omstandigheden van het geval. Het ligt bijvoorbeeld aan het doel waarvoor het apparaat op de markt is gezet. Een bom hoort te ontploffen. Een smartphone bijvoorbeeld niet. Ook van belang kunnen zijn wat de verkoper over het apparaat aan de koper heeft medegedeeld, wat de koper redelijkerwijs over het apparaat kon weten of bijvoorbeeld wat de bedoelingen waren van zowel de koper als de verkoper toen de koopovereenkomst werd gesloten.

Beantwoordt het apparaat inderdaad niet aan de verwachtingen – wat bij een ontploffend apparaat vaak het geval zal zijn –, dan heeft de klant bijvoorbeeld recht op een vervangend apparaat. In het geval van een kleine beschadiging of een missend onderdeeltje kan de verkoper natuurlijk ook aanbieden om het apparaat te repareren dan wel het missend onderdeeltje alsnog te leveren.

Ook heeft de klant recht op schadevergoeding als hij bijvoorbeeld een nieuw apparaat moet huren.

Letselschade of schade aan een ander goed

Maar stel dat het ontplofte apparaat op een even unieke als prachtige antieke tafel stond uit de Chinese Qin dynastie, dat deze tafel door de ontploffing totaal door de vlammen verteerd is en –  om het drama compleet te maken – de klant ook nog eens een lelijke oogbeschadiging heeft opgelopen, die alleen door een dure ingreep van een specialistische chirurg, intensieve therapie van een oogarts en een zeer lange periode van totale rust, is te genezen? Hoewel het buiten kijf staat dat de verkoper het natuurlijk fijn vindt dat de klant gelukkig zal genezen en hij de klant al het goeds toewenst, bedankt de verkoper liever voor de rekening van herstel en beschadigd goed. De vergoeding van deze schade kan flink in de papieren lopen, terwijl hij-  de verkoper –  evenmin als de koper natuurlijk –  waarschijnlijk niet schuldig is aan het ontploffen van zijn handelswaar. Ook de wetgever is van mening dat hier de risicoaansprakelijkheid voor de verkoper ophoudt. Voor dit soort gevolgschade is daarom  de producent aansprakelijk, alsmede in bepaalde gevallen ook bijvoorbeeld de importeur van het product (wanneer het product van buiten de Europese economische ruimte wordt ingevoerd)  of het bedrijf wat gebruikt maakt van white- label producten.

Hierop gelden wel enkele uitzondering. Belangrijke wettelijke uitzonderingen zouden in dit voorbeeld  bijvoorbeeld kunnen zijn:

  • Wanneer de gevolgschade van het ontploffende product lager is dan EUR 500,00. Hiervoor is de verkoper alsnog aansprakelijk;
  • De ontploffing veroorzaakt is omdat de producent door de overheid bijvoorbeeld gedwongen werd om een milieuvriendelijkere grondstof te gebruiken, wat wel een iets hoger ontploffingsrisico heeft;
  • Wanneer de producent aannemelijk weet te maken dat het gebrek wat de ontploffing veroorzaakte niet bestond toen hij het product verkocht. De verkoper zal bovendien in dit geval wel aansprakelijk kunnen zijn wanneer aangetoond kan worden, dat het gebrek toch door zijn toedoen is ontstaan.

Dwingend recht

Hoewel in Nederlandse contractenrecht contractvrijheid voorop staat, worden vooral privé-personen en consumenten beschermd. Dit heeft tot gevolg dat niet zomaar van bovenstaande rechten ten nadelen van de consument kan worden afgeweken. De klant zal dus meestal op enige manier voor zijn verlies gecompenseerd moeten worden.

Voor wie?

De advocaten van Zwan Advocaten staan zowel particulieren als (internationale) bedrijven bij en zijn werkzaam in heel Nederland.

Contact

Zwan Advocaten
Adelheidstraat 76

2595 EE Den Haag

T. 070 – 789 00 90
E. info@zwanadvocaten.nl